Vitamine C – een eerste kennismaking

Vitamine C (ook gekend als ascorbinezuur) is een wateroplosbare vitamine die naast zijn functie als elektrondonor (of antioxidant) ook een co-enzym is voor vele andere enzymen.
Mensen hebben, door evolutie en via mutatie, de mogelijkheid verloren om zelf “ascorbaat” (nog een andere naam voor vitamine C) aan te maken in het lichaam.
Het merendeel van de dieren en planten kunnen dit nog steeds zelf.

Wat doet Vitamine C

Vitamine C is een vitamine die betrokken is bij een groot aantal chemische reacties in het lichaam.
Ze is verantwoordelijk voor de aanmaak en versteviging van de collageenmatrix en zorgt voor onderhoud van bindweefselcellen [1] zoals huid, botten, spieren, gewrichten en pezen.
Verder onderhoudt vitamine C de bloedvaten en houdt hen soepel en elastische [2].
Ze zorgt mee voor een gezond hart [3], kan de bloedspiegels sterk laten dalen [4] en ondersteunt het immuunsysteem bij het genezen van ziektes of blessures [5].
Ze is tevens de hoofdgrondstof voor de productie van ons “meester-antioxidant” glutathione in de lever[6].
Vitamine C helpt ook bij het elimineren van zware metalen zoals lood en kwik uit het lichaam [7] [8].

Vitamine C werkt samen met Vitamine E, een vet oplosbare vitamine die rond het oppervlakte van onze celmembranen zit, en wordt wel eens het zusje van Vitamine E genoemd omdat beide samenwerken bij het onderhouden van de cellen [9].
Ook voorkomt Vitamine C het omzetten in het darmkanaal van nitraat en nitrieten tot schadelijke nitrosaminen. Die nitraten en nitrieten[10] worden gebruikt om vlees roze te houden of zijn natuurlijk in grote hoeveelheden aanwezig in selder ( >250mg/100g!)

Hoe wordt Vitamine C geabsorbeerd?

In de dunne darm zijn er kleine tentakels die voedingsstoffen absorberen. Deze tentakels worden ook “de villi” genoemd en absorberen zowel de verkleinde vorm van vitamine C (ascorbinezuur) als de geoxideerde vorm ervan (dehydroascorbinezuur).
Deze villi absorberen de vitamine C stuk per stuk tot er een bepaald verzadigingspunt is bereikt en de absorptie wordt gestopt voor een bepaalde tijd.
De niet-geabsorbeerde vitamine C gaat verder via de dikke darm en verlaat het lichaam.

De absorptie van vitamine C binnen verschillende cellen is extreem verschillend.
De hersenen en witte bloedcellen zijn veel sneller gesatureerd dan bv. het hart.

Ook bij het transport is een interessante waarneming te plaatsen.
Ascorbinezuur wordt vervoerd door de “Sodium-Vitamin C Co-Transporters” SVCT1 en SVCT2.
Dehydroascorbinezuur daarentegen lijkt sterk op de glucosemolecule en is er een antagonist van. Ze gebruiken beide dezelfde transporters, namelijk de GLUT transporters, en strijden met elkaar om vervoerd te worden erdoor [11][12].

Dehydroascorbinezuur kan dus geen gebruik maken van de SVTC transporters.
Wanneer men een koolhydraatrijke maaltijd eet, zoals pasta, aardappelen etc, is er een hoge insuline reactie door de grote hoeveelheid glucose in het bloed. Glucose gebruikt zoals vermeld GLUT transporters om naar de cellen te gaan.
Door die grote hoeveelheid glucose, heeft vitamine C (in de vorm van dehydroascorbine) geen mogelijkheid meer om de GLUT transporters te gebruiken, waardoor de vitamine C veel moeilijker kan opgenomen worden.

Mensen waarbij er weinig glucose in het bloed is, kunnen dus efficiënter vitamine C opnemen omdat er meer GLUT transporters beschikbaar zijn.

Wordt vitamine C hergebruikt ?

Onze nieren zuiveren en filteren constant het bloed.
Ze doen dit onder andere via nefronen, waarvan elke nier er een miljoen bevat.
Nefronen bevatten op hun beurt een “glomerulus”, het stuk van het nefron verantwoordelijk voor het filteren van het bloed, aanmaken van urine en verwijderen van onnodige en schadelijke stoffen.
Binnen het nefron zijn er andere cellen verantwoordelijk voor de reabsorptie van Vitamine C.
Wanneer deze  verzadigd zijn van vitamine C verlaten ze het lichaam via urine[13].
Dit proces start wanneer je plasmaniveau tussen de 50 – 60 µmol/dl zit.